Een rookgordijn

Het is begin maart en het is warm, om een understatement te gebruiken. Een milde 37 graden raast over Noord-Thailand. Dat op zich is geen verrassing in de tropen, geen kat in een zak.
Maar er hangt iets in de lucht. Brandlucht.

 

In 2014 ervoer ik mijn eerste smokey season. Tot dan waren mij slechts 4 seizoenen bekend. Ik keek vurig uit naar dat vijfde seizoen, omdat ik collega’s al maanden vooraf woeste verhalen hoorde vertellen over die fameuze periode.
Zou de school moeten worden gesloten wegens barslechte luchtkwaliteit? Wie zou een astma-aanval krijgen? Hoe houden we de brandlucht uit het huis? Waar kunnen we degelijke mondmaskers kopen?
Ik hoorde het aan en dacht: overdrijvers. Van een paar boeren op het platteland die wat verdroogde bladeren opstoken, daardoor kan toch geen volledige vallei in een rookgordijn worden ondergedompeld? Fout gedacht.

 

Het betreft hier geen paar boeren, het betreft het merendeel van de plattelandsbevolking. In maart en april wordt om twee redenen en met veel toewijding vuur gemaakt: boeren steken hun rijstvelden in brand als een goedkope methode om de grond opnieuw vruchtbaar te maken voor een volgende rijstoogst.
De overvloedige bladerafval die niet wegrot omdat het te droog en te warm is, moet bovendien ook ergens naartoe. Composteren is in deze regio nog een onbekend begrip. Alles in de fik, dus.

 

Het resultaat is inderdaad een waar rookgordijn waar de volledige vallei soms weken aan een stuk in is gehuld. Er is weinig wind, geen neerslag en een verzengende hitte. De brandlucht is de kleinste der ongemakken. Het is het fijne stof waaraan dit seizoen zijn slechte reputatie te danken heeft.

 

Brand op een dergelijke grote schaal in tropische warmte leidt tot een alarmerende hoeveelheid fijn stof in de lucht. De overige tien maanden van het jaar is het heerlijk snuiven in het Noord-Thaise platteland. Een vochtige, warme en ‘groene’ lucht, met af en toe het vluchtige aroma van een plant of bloem die ergens in de buurt hard staat te bloeien en groeien. Het smokey season zorgt echter in twee maanden tijd voor een ongekende luchtverontreiniging.

 

De Thaise overheid kijkt vanop afstand toe, maar onderneemt weinig tot geen actie. Zolang er van overheidswege geen alternatieven worden geboden (denk aan: composteringsmethoden en goedkope bodemverbeteraars), blijft de bevolking vlijtig vuur maken. Sinds dit jaar is er een ‘hotline’: een call center (inclusief facebookpagina) waar je vuurhaarden kan rapporteren. Een goede start, maar de vraag is echter in hoeverre opvolging van de incidenten wordt geboden en of de overheid alternatieven zal aanbieden.

 

De dorpsbewoner die met een bamboestok in het vuur staat te porren, doet me terugdenken aan mijn vader en ‘het bosken‘.
Midden jaren tachtig mocht er nog veel in België en op het platteland mocht altijd nog wat meer dan in de stad.  De tuin van mijn ouderlijk huis was groot en daar composteren toentertijd nog geen hippe bezigheid was (containerparken waren eveneens een vaag begrip), ontstonden er bergen groenafval die ergens naartoe moesten. Naar ‘het bosken’ dus. ‘Ik ga een vuurtje maken in het bosken’, placht mijn vader te zeggen. Het bosken was een kleine lap grond aan de overkant van de straat, waar onkruid jaren welig had getierd, hetgeen had geresulteerd in een mini-bos. De omliggende huizen waren tientallen meters verwijderd, dus het bosken was de ideale plek om zich te ontdoen van groenafval.  Als vijfjarige vond ik het bosken bijzonder intrigerend. Donker gebladerte en struikgewas aan de overkant van de straat, waarin mijn vader om de zoveel weken voor een paar uur verdween om dan vervolgens rookpluimen te zien verschijnen. De mysterie-factor was groot. Illegaal was het toen nog niet, maar het had wel een zweem van ‘underground’, toch in de ogen van een vijfjarige.

 

Vandaag blijft er weinig van dat mysterie over. In België is de wetgeving rond ‘vuurtjes stoken’ al een hele tijd verstrengd en containerparken en compostering zijn trendy begrippen geworden. Sommige gemeenten delen zelfs kippen aan de bevolking uit.

 

In Noord-Thailand zijn kippen zonder overheidssteun goed ingeburgerd, maar een containerpark en compostering, dat is nog verre toekomstmuziek. Tot zolang die alternatieven niet worden aangeboden, kan de lokale boer niet op mijn steun, maar wel op mijn begrip rekenen.
IMG_0820
De Mae Rim-vallei, in rook gehuld