About people

I am moving. Again. I lost count a while ago, because I have done quite a few intercontinental and intercultural moves. This time it goes from East-Africa to Hong Kong.

Thanks to all of these moves, my life basically fits into six boxes. And add a bicycle.

Another advantage is that one feels less and less attached to places or stuff, although, occasionally, it runs off the rails because of an incidental attachment to a cat or the odd person. Yet, nothing that can’t be dealt with.

In hindsight, my move to East-Africa was probably one of the biggest challenges so far, however, everything is only as difficult as you wish to make it. It is said that there is something about Africa that changes you. That is true. Whatever ‘it’ is, that is hard to tell: the people, the wildlife, the colors and smells, the rhythm, nature? The whole is greater than the sum of its parts.

Living in East-Africa has given me a different view on society and on what ‘we’- whoever ‘we’ are, consider as good norms and values. Everything depends on context and culture.

Moreover, thanks to these moves and numerous travels, I have met an eclectic group of people:

Vietnamese boatmen and their stories about the issues in the Mekong delta,

HitchhikingTanzanian children who have to walk kilometers on the way to school and listening to their singing from the back seat of the car,

A hunt with bow and arrow in the company of Hazabe hunters and getting explained how to hunt a baboon,

A farmer in Zimbabwe with a beautiful life story that started in England in the fifties,

 The testimonial of an inhabitant of one of the biggest townships in South-Africa and how apartheid is still alive and kicking,

The confession of a Chinese real estate tycoon who is tired of the excessive materialism,

Divers, kitesurfers, rice farmers, biologists, metal workers, triathletes, Swiss, Egyptian, Kenyan, Indian, Burmese, Nepalese.

Just to name a few.

I am not a ‘people person’ or at least a lot less than I used to be. Being an educator means that I am constantly surrounded by people. In my free time I choose to retreat in silence, away from human presence.

At the same time, these encounters are enriching and they shed a different light on your own reality. And once in a while, amongst the crowds, you meet gems, gems that make you shed a tear at the umpteenth goodbye.

Sixteenth century philosopher Michel de Montaigne said that he wished for death to surprise him while he would be planting cabbages in his garden, that he didn’t want to be bothered by death and even less by the garden that would never be finished. Humans are imperfect and will never ‘finish’ any task, it is all ongoing.

Just like de Montaigne, it would give me great pleasure to be surprised by death in the middle of a conversation with a hunter, overlooking the jungle or hiking in the mountains, enjoying urban culture, listening to an imam, rabbi, beautiful music, the sound of an African night. But preferably not yet. I have some more gems to discover.

2017-06-16 08.16.07

This article was commissioned by Vlamingen in de Wereld and will also be published in Dutch in the anniversary edition their magazine in December 2017.

Advertisements

Des mensen

Ik verhuis. Alweer. Ik raakte een tijd geleden de tel kwijt, want ik heb intussen een reeks intercontinentale en interculturele verhuizingen achter de rug. Ditmaal gaat het van Oost-Afrika naar Hong Kong.

Daardoor past mijn leven in ongeveer zes grote dozen, voeg daar nog een fiets aan toe.

Een bijkomend voordeel is dat je je steeds minder hecht aan plekken of spullen, hoewel dat heel soms ontspoort  wegens hechting aan een enkele kat of een enkel mens. Maar ook daar valt mee om te gaan.

Achteraf bekeken was mijn verhuis naar Oost-Afrika waarschijnlijk een van de grootste uitdagingen tot op heden, hoewel alles ook maar zo moeilijk is als je het zelf wil maken. Men zegt wel eens dat Afrika iets doet met een mens. Dat klopt. Wat dat ‘iets’ dan precies is, daar valt moeilijk de vinger op te leggen: de mensen, de dieren, de geuren en kleuren, het ritme, de natuur? Het geheel is groter dan de som van de delen.

Wonen in Oost-Afrika heeft me een andere kijk op de samenleving gegeven en op wat wij – wie die ‘wij’ dan ook moge zijn, als juiste normen en waarden beschouwen. Dat alles is zeer context- en cultuurgebonden.

Dankzij die verhuizingen en veelvuldig reizen heb ik een eclectische groep van mensen ontmoet:

Vietnamese bootsmannen en hun verhalen over de problemen in de Mekong-delta,

Tanzaniaanse kinderen die kilometers moeten wandelen op weg naar school een lift geven en die onderweg zingen op de achterbank van je auto,

Een jacht met pijl en boog in gezelschap van Hazabe jagers en uitgelegd krijgen hoe je best een baviaan neerhaalt,

Een boer in Zimbabwe met een mooi levensverhaal dat begon in Engeland,

De getuigenis van een bewoner van een van de grootste townships in Zuid-Afrika en hoe apartheid springlevend is,

De biecht van een Chinese vastgoed-tycoon die het materialisme beu is,

Duikers, kitesurfers, rijstboeren, biologen, metaalbewerkers, triatleten, Zwitsers, Egyptenaren, Kenianen, Indiërs, Birmezen, Nepalezen.

Om er een aantal te noemen.

Ik ben geen ‘mensenvriend’ of toch veel minder dan vroeger. Werken in het onderwijs betekent dat ik dag in dag uit door mensen ben omringd. In mijn vrije tijd trek ik mij dan ook graag terug in stilte, weg van menselijke aanwezigheid.

Tegelijkertijd zijn deze ontmoetingen verrijkend en plaatsen ze je eigen realiteit in een ander daglicht. En af en toe zitten er parels tussen, tussen al die mensen, parels waarvoor je bij het zoveelste afscheid al eens een traan wegpinkt.

De zestiende-eeuwse Franse filosoof Michel de Montaigne zei dat hij graag wilde dat de dood hem zou verrassen terwijl hij in zijn tuin kool plantte, dat hij zich niet druk om hem zou maken en nog minder om de tuin die niet afgewerkt zou zijn. De mens is nu eenmaal onvolmaakt en zal er nooit in slagen zijn werk ‘af’ te hebben.

In navolging van de Montaigne zou ik er genoegen in scheppen door de dood te worden bezocht tijdens een gesprek met een jager, uitkijkend over jungle of stappend door de savanne, genietend van stedelijke cultuur, luisterend naar een imam, rabbijn, mooie muziek of de stilte van een Afrikaanse nacht. Maar liefst niet meteen. Er zijn eerst nog wat parels te ontdekken.

2017-06-16 08.16.07

 

Deze tekst is geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verschijnt in de honderdste jubileumeditie van hun magazine. 

Testosteron is ook een vrouwenzaak

Een motard ben ik al 12 jaar. Op verschillende continenten, on road en off road, door weer en wind. De moto is doorheen de jaren mijn trouwste vriend gebleken en daar heb ik tot vervelens toe over geschreven. Ik ga het er dus verder niet meer over hebben.

Graag verveel ik u met mijn nieuwe liefde: mijn Nissan Patrol, 4WD, bouwjaar 1996, roepnaam  ‘Attila de Tank’. Hij is uitdrukkelijk vernoemd naar Attila de Hun, de meest gevreesde leider der Hunnen in de woelige jaren 400.

Attila was een broodnodige aankoop bij mijn verhuis naar Oost-Afrika. De eindeloze off road safari’s, de gemiddelde staat van de weg, het traject dat ik voor mijn job moet afleggen… Ik beschouwde Attila als een noodzakelijk kwaad. Maar na meer dan een jaar bonding kan ik met zekerheid zeggen dat we meer dan dikke vrienden zijn geworden.

Attila en ik zijn twee handen op één buik. Ik, klein van gestalte, mijn best doend om boven het dashboard uit te reiken en hij, robuust en groot, gorgelend als een dronken zeeman en brullend als een nijlpaard. Het is ware liefde. Attila is het testosteron dat mijn oestrogeensoep wel gekruid houdt.

Wanneer vrouwen bij auto’s of moto’s worden afgebeeld, dan staan (of beter: liggen) ze meestal schaars gekleed met te veel decolleté naast of op het voertuig in kwestie. Alsof dat het enige mogelijke vrouwelijke standje in de buurt van een gemotoriseerd voertuig is. Maar, spoiler alert, vrouwen kunnen ook achter het stuur zitten én rijden, gespeend van decolleté en bloot.

Wanneer Attila en ik op stap zijn, dan krijgen we wel eens bekijks: de dorpeling die een sympathiek klopje op de motorkap geeft, de Masai die de duimen opsteekt terwijl hij me complimenteert over de auto, de bewaker aan mijn huis die breed glimlachend eens achter het stuur kroop. Ik durf zonder gêne zeggen dat dit mijn vrouwelijk ego streelt.

Laten we die centerfolds in de boekskes toch eindelijk over een andere boeg gooien, want testosteron is ook een vrouwenzaak. De mannen van vandaag hebben toch ook hun man bun?

VIW

Deze tekst is geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verschijnt in de najaarseditie 2017 van hun magazine. 

Where clouds are made

This is the place where clouds are made.

It happens in the vast jungle, where the world has become quiet and birds whistle the newly formed clouds into shape, where only the gaze of monkeys see the endless shades of green.

I used to live close, then I moved to a place where clouds are not only made, but also travel from one place to another.

Clouds travel, pouring down inspiration, but never truly creating.

Cloud making only happens where the air is heavy with endless possibilities and new beginnings, where smells and shades of light are for no eyes in particular.

Where nothing matters and no one is watching.

Virtuous it is to reside in those places. Virtuous are they who look up to the sky and are touched by bundles of nothingness gaining shape, whose eyes follow the flowing path of traveling clouds.

Virtuous are they who are fearless in their understanding.

20170724_060644

To crash gloriously (or how to become really open-minded)

Recently I learned kitesurfing. Although I had several occasions over the last few years, I never took any of them. There are a few reasons for this: I don’t like to crash, I am a difficult student and suspicious towards teachers, the latter because I am one myself, I guess.

I was told that there is no better place to learn kitesurfing than Egypt. So I flew from the East-African bush, my current home, to the blue-ness of the Red Sea.

The first step in learning how to kitesurf is to learn to handle the material: the kite, the harness, the kite lines, the board. It is an art not to lose any of this in the sea, not to cause any life threatening wounds to anyone and to keep everything in the right place. Once that hurdle has been taken, you learn to body drag: dragging yourself in the water, pulled by your kite, a rather pleasant feeling.

Next is the water start, a phase that, upon successful completion, will lead to grandiose euphoria. You are euphoric because you are finally standing straight on the board, but few seconds later you have no clue about what you are expected to do next. This results in helplessness, countless crashes in true Laurel & Hardy style, to the amusement of those who are watching.

Meanwhile, from a distance, the instructor is waving his arms and with slight despair is trying to keep you on track, while you are losing your wits and let your buttocks sink into the water, in full frustration.

Eventually, I learned kitesurfing quite easily, yet with bruised knees and a blue shin. I remember the moment I was kitesurfing independently, looking around me, the silhouette of the mountains in the far back, the different shades of blue beneath me and the instructor who, from a distance, gave me a thumbs up. Right then, I felt intensely satisfied and proud, as a child that just learnt to ride a bike. I realized that this was due to the fact that I had really been open-minded.

The kitesurf-instructor was an ex-history teacher, someone who carefully chose his words and didn’t hide his appreciation for my countless crashes.

My most memorable history teacher once said: ‘History is the rearview mirror of mankind.’ I had always remembered that, but only recently truly understood what it meant. One should display open-mindedness in order to dare to look behind, not only in one’s own rearview mirror, but also in someone else’s, someone who has something valuable to share.

The kitesurf/history teacher who is patient to such an extent as to witness, time and time again, students crashing, shaking the sand out of their hair and ears and carrying on, that teacher inevitably has to believe in a better world (or become utterly desperate).

You do not necessarily become open-minded by living abroad, neither does it have anything to do with traveling extensively, studying at a prestigious university, reading Paulo Coelho or eating sushi. Open-mindedness truly means wanting to crash, wanting to listen to the ideas of someone else and add them to what you think you know.

I have lived in three different continents and travelled quite a bit, but I only truly became open-minded whilst learning to kitesurf, when I was willing to listen and to crash. Gloriously.

 

10
© Tornado Surf Center

This article was commissioned by Vlamingen in de Wereld and will also be published in Dutch in the June-edition of their magazine.

Van fetisj tot flip-flops

Dit is een triest verhaal. Erg triest. Het gaat over mijn schoenen. Zorg dat je zakdoeken bij de hand hebt.

Men beweert dat Imelda Marcos, vrouw van de overleden Filippijnse dictator Ferdinand Marcos, meer dan 3000 paar schoenen in haar bezit heeft. Dat is een getal met vier cijfers. Bij mij blijft het bij twee cijfers, desalniettemin laat ik het exacte aantal liever in het midden. Echter, mijn collectie is aan het stagneren, tegen wil en dank.

Mijn extravaganza gaat nog niet half zo ver als die van Imelda. Maar, ook ik hou van mooie dingen: natuur, woorden, kunst en mode, maar ook schoenen. Vroeger kocht ik er veel. Ik reisde zelfs geregeld af naar Barcelona om schoenen te gaan scoren. Ik deed echter ook andere steden aan: de oranje krokodillen-lederen schoenen kwamen uit Berlijn, in Porto kocht ik een paar cowboylaarsjes, in Hong Kong dan weer bruine mocassins met een blauwe punt en een paar purperen hooggehakte laarzen uit Gent …

Schoenen zijn meer dan alleen schoeisel. Ze tonen welke rol je die dag speelt of welke indruk je wenst na te laten. Ik herinner het me nog toen ik een heel aantal jaren geleden een lessenreeks Nederlands aan Poolse vrachtwagenchauffeurs moest geven. Het was een woeste bende die niet makkelijk te ‘temmen’ viel. Ik was bijgevolg strategisch in mijn schoenenkeuze en koos resoluut voor de hooggehakte purperen laarzen, om de truckers wat angst in te boezemen. Om mezelf er wat ongenaakbaarder te doen uitzien. Geen idee of mijn opzet ooit is geslaagd, maar de chauffeurs hebben me steeds minzaam en respectvol behandeld.

Vier jaar geleden verhuisde ik naar de tropen en dat was het begin van het einde van mijn schoenenfetisj.

Optimistisch als ik was, nam ik een aantal van mijn favoriete schoenen mee naar Thailand, maar al gauw begonnen ze zienderogen weg te rotten. Schimmel, vochtigheid en extreme hitte zijn dodelijke combinaties voor leder en zolen. De meeste schoenen zijn in een ijltempo ter ziele gegaan.

Het eerste aantal maanden keek ik verschrikt rond. Het schoenenuniform voor de tropen bleek Crocs te zijn, regelmatig zelfs gespot met sokken. Het alternatief was plastic muiltjes. Daar stond ik dan, met mijn fetisj, op een continent waar iedereen plastic schoenen droeg. En flip-flops (teenslippers, sletsen, strandsloefen, noem ze hoe u wil) bij eender welke gelegenheid!

Ik haat flip-flops. Correctie: ik haatte flip-flops. Na één jaar in Thailand, zo lang heb ik eraan weerstaan, kocht ik een paar en ik begon ze elke dag te dragen. Elke verdomde dag! Op flip-flops rondflopperen. Wat een degradatie. En het ergst van al, ik begon van mijn flip-flops te houden.

Meer dan een half jaar geleden verhuisde ik naar Oost-Afrika en de zaak werd alleen maar erger. Ditmaal pakte ik het beter aan en bracht enkel exemplaren mee die bestand zijn tegen stof, modder en algehele viezigheid. ’t Is nog niet zo ver gekomen dat ik rondhos in mijn rubberen laarzen (althans, nog niet, maar dra wel wanneer het regenseizoen start), ik heb ook nog een paar met hoge hakken, roze. Uit nostalgie. Maar ik flip-flopper rond. Elke dag.

Daarenboven zijn mijn voeten constant vies en vuil, wegens het alomtegenwoordige stof. Zelfs na grondig schuren en borstelen in de douche, krijg ik het stof niet meer uit de poriën verwijderd. Het zit daar voor bijna altijd, vrees ik. Ik lak nog steeds mijn nagels, maar niet langer omdat ik hou van een teint op mijn tenen, maar wel om de zwarte rand die permanent mijn teennagels siert, te verbergen.

Ik ben een flip-flop-mens geworden en ben er niet trots op.

Hopelijk kan ik op een dag teruggaan naar mijn oude zelf, een trotse schoenenverslaafde. Bij mijn occasionele bezoeken aan België open ik met een snik alle schoendozen, kijk ik met liefde en verdriet naar mijn collectie en pink in stilte een traan weg.

feet

Deze tekst werd geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verscheen in de lente-editie van hun magazine, maart 2017.