De stille rebel

Als een kolkende rivier

Een oorverdovende storm

Een woeste wind

Een clusterbom

Zo had ze zich door de dagen gewroet. ‘Nee’ wanneer een ‘ja’ het lot had kunnen beslechten en ‘ja’ wanneer ‘nee’ even goed had gekund. En onderwijl conformeren. Want dat schreeuwen vermoeide, uiteindelijk. 

Hoe luider alles aan de buitenzijde klonk, des te stiller werd het binnenin. In haar, daar ontplooide zich een gapend gat dat in stilte bleef groeien. Tot ze zich losmaakte van wat Connie Palmen beschrijft als ‘de grond, het land, de familie, van zijn vrienden en vooral van de ideeën waarin hij zichzelf heeft opgesloten.‘ in Jij zegt het.

Ze ging en werd stiller, maar opflakkeringen van beukende golven, windvlagen en vlijmscherpe splinters bleven haar lange tijd deel. Fel en driest het ene moment, in zichzelf geplooid, luisterend naar het ruisen van de zee, het andere.

Ze dacht hoe moe ze wel was, wat een tijdverlies dat had geweest, dat schreeuwen en briesen. En hoe ze intussen wat anders had kunnen doen. Wat constructiefs, de vreemde eend in de bijt die haar plooien had kunnen gladstrijken wanneer het aangewezen was, maar verder haar veren stevig had kunnen blijven schudden. Tegen de wind in, in stilte weliswaar.

Ze werd wel eens een accidental buddhist of een inner-hippie genoemd, maar ze hield labels bij voorkeur op afstand. Als er dan toch woorden moesten worden gezocht, om voor die onvermijdelijke drang tot benoemen te zwichten, dan zou het nu stille rebel zijn. 

Als ze een zee zou zijn, dan was ze de Diepste. 

Als ze een berg zou zijn, dan was ze de Hoogste.

Als ze een ster zou zijn, dan was ze de Verste.

Als ze een rebel zou zijn, dan was ze nu de Stilste.

silence
‘Silence’
Advertisements

De tragiek van het woord

Schrijven doe ik met de regelmaat van de klok, een ijdele poging om de dingen beter te begrijpen. En als het over taal en het woord gaat, zoek ik graag mijn heil bij de ideeën van de heren Freud en Derrida.

Een Freudiaans perspectief op het woord betekent dat taal een vruchteloze poging is om iets te ver-woorden. Het kan worden vergeleken met een rijzende feniks die, als hij te dicht bij de zon komt, opgaat in rook. Met andere woorden, we bedienen ons van het woord om het onzegbare te proberen zeggen.

Jacques Derrida, de Franse filosoof en vader van het deconstructionisme, zegt dan weer dat de eindeloze veelheid van interpretaties begrip van een tekst onmogelijk maakt. Tijdens het lezen verdampt de oorspronkelijke betekenis en vertroebelt een veelheid van interpretaties de kernidee van de tekst. Why bother?

Desondanks schrijf ik. Het is als water halen in de woestijn, pinguïns op de Noordpool zoeken of dressing voor mayonaise te laten doorgaan. Schrijven is van een onvoorstelbare tragiek.

Tegenwoordig erger ik me aan de niet-aflatende woordenbrij van meningen, ideeën, modes en her-tweeten van andermans uit de lucht gegrepen uitingen. Als een stinkende beerput zijn de media vandaag oververzadigd met nonsens die doordrongen is van frustratie, maar vooral: onwetendheid.

Er was een tijd dat ik elke gelegenheid te baat nam om een discussie aan te gaan, mijn Standpunt (hoofdletter!) te verdedigen en te discussiëren, louter en alleen voor de lol van het discussiëren. Die tijden zijn veranderd. I pick my fights en meer en meer laat ik discussies aan mij voorbijgaan. Noem het onverschilligheid, ik noem het eerder geen voeding geven aan de raaskalderij. In stilte denk ik er het mijne van.

En toch schrijf ik, bedien ik mij van het geschreven woord. Ik ben een verhalenverteller, een fantast, een woordentroubadour.

Een – bij momenten wrang – genoegen schep ik in het woord, als een ware Pierrot, de naïeve trieste clown die zijn oorsprong vond in de zeventiende eeuwse Italiaanse Commedia dell’Arte. Pierrot had grote gevoelens voor Columbine, maar zij liet hem staan voor Harlekijn, de luchthartige tegenhanger van de melancholische Pierrot. Harlekijn is de romantische held die met veel bravoure acrobatische kunsten uitoefent en ook een zogenaamd pact met de duivel heeft, waarbij hij de mannelijke concurrentie voor Columbine op duistere wijze stokken in de wielen probeert te steken.

Laat ons met een klassieke literaire stijlfiguur de driehoeksverhouding tussen Pierrot, Columbine en Harlekijn als metafoor zien voor de verhouding tussen zij die de waarheid willen zien (Pierrot), het onverzadigbare verlangen (Columbine) en de verblinding die mens, cultuur en maatschappij hoog in het vaandel draagt (Harlekijn).

Als kind had ik een houten Harlekijn, rood pakje met groene beentjes, met een touwtje zodat je zijn armpjes en beentjes op en neer kon doen gaan. Hoe sprekend, dat mechanisme om het Harlekijntje willens nillens te laten dansen. Ignorance is bliss.

Maar op de kast prijkte ook een Pierrot. Het was een klein ineengezakt figuurtje met een groen pak aan en die ene traan klaar om naar beneden te rollen. Lang heb ik me afgevraagd waarom die traan er was, waarom een clown niet simpelweg een clown kon zijn, zoals Harlekijn.

Bovendien heeft Pierrot geen masker, noch een rode neus of een pruik. Hij houdt het op een witgekalkt gezicht met daarop, pijnlijk aanwezig, de zwarte traan. Voor Pierrot had ik als kind geen woorden, Harlekijn daarentegen, die stemde mij minder tot nadenken. Het spreekt voor zich dat men kinderen liever Harlekijnen dan Pierrots voorschotelt.

David Bowie daarentegen, gebruikte Pierrot met overtuiging als statement:

‘I’m Pierrot.

I’m Everyman.

What I’m doing is theatre, and only theatre.

What you see on stage isn’t sinister. It’s pure clown.

I’m using myself as a canvas and trying to paint the truth of our time.’

Het is een bizar genoegen de realiteit heel even flagrant te kunnen ontkennen met het woord. Maar het is een meesterlijke vaardigheid om desondanks niet blind te zijn voor de waarheid.

Ik blijf u graag dienen van het woord, ondanks alles.

pierrot

The pain cave

Ooit sprak Peter Sagan, de wielrenner, tijdens een interview over zijn ‘pain cave’, de plek in zijn hoofd waar hij naartoe gaat wanneer hij fysiek extreem diep moet gaan. Het moment van holle duisternis, waarin er alleen nog plaats is voor pijn. Pijn die geen ruimte overlaat voor overpeinzingen, die hem slechts in staat stelt om toch te blijven doorgaan. Het is de plek in zijn hoofd waar hij naartoe gaat als er niks meer is, waar datgene zich bevindt wat achter het niks ligt. Doen en gaan. Omdat hij weet dat het kan.

Zo’n pain cave is, spoiler alert, sterk aan te raden.

Reflecteer over uw daden, laat los en wees u bewust van waar u mee bezig bent. Het zijn mantra’s die zich vandaag als oorwormen naar binnen werken, langs radio, televisie, uw favoriete hipster koffiebar en de social events die u frequenteert. Kom los van dat leven met zijn nijdige tempo en denk na over wat u écht wil. Uiteraard is het passend om hierbij aan yoga en mindfulness te doen.

Het is een catch 22. Al dat reflecteren leidt tot complete stagnering, zelfverheerlijking en naïviteit. U geraakt geen meter vooruit, want alles moet zinvol zijn en elke stap die u zet, hoort een vlucht te zijn, weg van het nijdige tempo, dichter bij uzelf, wie dat ook mag zijn.  Dat weet u zelf niet. Een stap dichter bij uw droom. Geen pain cave, maar een roze wolk die bij klaarlichte dag telkens opnieuw uit elkaar spat. Shit happens, then you die.

Ik verklap u graag een geheim. Life is better in the pain cave. Begrijpt u me niet verkeerd. Ik verkeer niet in een constante staat van verlammende fysieke of mentale pijn. Ik heb geen radio, noch televisie, geen hipster koffiebar in mijn nabije omgeving en reflecteer betrekkelijk weinig. Ik heb ook geen psychedelische yogapants en heb iets tegen quotes van Rumi. Ik woon sinds kort op het platteland van Tanzania, ziet u. En daarvoor was ik in Noord-Thailand. Nu het vierde jaar weg uit het moederland.

Op beide plekken ben ik terechtgekomen zonder veel overpeinzingen, door een aantal simpele acties te ondernemen die op geen enkele manier deel uitmaken van een groot masterplan. Roekeloos of impulsief? Nee, het is die pain cave.

Ik was ooit wel eens eigenaar van een huis en had, wat men in het westen een ‘regulier’ leven zou noemen. Lang dacht ik dat ik dat had omdat ik daar hard over had nagedacht en tot de zelfstandige beslissing was gekomen dat dat was wat ik wilde. Maar vergis u niet. Het hoofd misleidt u constant. Laat u dingen denken die helemaal niet van u zijn.

Ik ben uiteindelijk gestopt met dat reflecteren en maatschappelijk bewustzijn.

Aanvankelijk leidde dit tot enige verbijstering, het besef dat er eigenlijk weinig overblijft, eenmaal men zich loswerkt van de conformistische structuren waarvan men denkt dat men ze nodig heeft. En het klopt, er is niks, er blijven slechts de verwachtingen die je bij jezelf legt. Ook dat is de pain cave. De plek in je hoofd die leegte geeft en die twee mogelijke uitkomsten biedt: het licht uitdoen en om Prozac smeken of handelen. Simpelweg dingen doen. Een optie al dan niet kiezen, doen en daaruit dan weer andere opties nemen of links laten liggen. Er komt betrekkelijk weinig gereflecteer aan te pas. Wat overblijft zijn acties die verbonden zijn aan een interne drijfveer, wars van externe omstandigheden. En veel ruimte om bepaalde verwachtingen van jezelf, niet van anderen, te stellen.

Het bracht mij in Noord-Thailand en ik bleef er drie jaar. Het bracht mij nu in Tanzania. Geen eigen huis, geen kind of wederhelft, ik ben mijn eigen compagnon de route. De banden die ik heb, zijn gesmeed met anderen die ook een pain cave hebben. Zij die het besef hebben dat vooruitgang ligt in een gestaag tempo en eigen fysieke of mentale grenzen verleggen. Dat maatschappelijke normen en structuren illusoire constructies zijn voor zij die graag voor-gedacht worden.

Sinds ik mijn pain cave bewoon en achter het niks reik, ben ik verder geraakt dan ooit. Ik heb niet getimmerd aan een carrière, noch aan een tuinkot bij een mogelijks halfopen bebouwing in Vlaanderen. Ik ben echter verhuisd naar Azië, dan naar Afrika, ben aan triatlons en een boek begonnen. Ik heb het niet druk. Waarom? Omdat het mogelijk is.

Denk daar maar eens over na. Maar niet te hard.

 

The pain cave volgens Hans Teeuwen: Het sprookjesbos