Bruggen slaan met China

Hong Kong is een stad met vele gezichten, ja zelfs met een gespleten persoonlijkheid. Enerzijds vind je alles wat hoort bij een wereldstad: een internationaal publiek, een mix van culturen, keukens, stijlen en business. Het feit dat Hong Kong een van de drukste zeehavens ter wereld heeft, versterkt het internationale karakter alleen maar.

Maar daarnaast is er ook de lokale Kantonese identiteit die Hong Kong zijn unieke karakter en cultuur geeft. Kantonees verwijst niet alleen naar de taal, maar ook naar de kunsttradities, manier van leven, de keuken, het onderwijs en de architectuur. 156 jaar van Britse kolonisatie heeft daarnaast ook geleid tot een intrigerende “Britse toets”. De Kantonese taal wordt echter niet alleen gesproken in Hong Kong, maar ook in Macau en Zuidoost-China. Kantonees wordt het traditionele Chinees genoemd, terwijl Mandarijns – het Chinees dat overal elders in China wordt gesproken – wordt beschouwd als de  “vereenvoudigde” versie. Het sprak dan ook voor zich dat ik, als resident in Hong Kong, taallessen Kantonees in plaats van Mandarijns, ben gestart. Echter, niet iedereen vindt dit even vanzelfsprekend.

De invloed van het Chinese vasteland mag niet worden onderschat en tegenwoordig hoor je meer en meer Mandarijns in de straten van Hong Kong. Vele scholen bieden ook Mandarijns naast, of soms zelfs, in plaats van Kantonees aan. Dit is geen toeval.

Tijdens de Britse kolonisatieperiode vierde de lokale Kantonese cultuur hoogtij en verrassend genoeg was dit ook de verdienste van de kolonisator. Maar, toen in 1997 Groot-Brittannië Hong Kong teruggaf aan China, werd een nogal ongewone deal gesloten. Hong Kong werd een zogenaamd onafhankelijke regio, een “Special Administrative Region” (SAR) onder de noemer “one country, two systems”. “One country” slaat op China en het feit dat Hong Kong, ondanks zijn onafhankelijke status, nog steeds hoort bij China. “Two systems” betekent dat Hong Kong zijn eigen regering heeft, maar ook zijn eigen wetgeving, munt, economisch en onderwijskundig systeem. Hong Kong is een kapitalistische staat, terwijl in China het communisme de plak zwaait.

Echter, de “one country” factor lijkt stilaan zwaarder door te wegen. Xi Jinping, de huidige president van China, houdt Hong Kong scherp in de gaten en mengt zich bij wijlen onvertogen in lokale aangelegenheden. Hong Kong, met zijn 7.5 miljoen inwoners en belangrijke wereldhaven, is een economisch paradepaardje en dat weet Xi Jinping maar al te goed. Hong Kong speelt een belangrijke rol in de economische en sociale ontwikkeling van Zuidoost-China en Xi Jinping, meester-strateeg, laat geen kans liggen om hierop in te spelen.

Zijn meest recente project heeft wereldnieuws gehaald: de 55 kilometer lange brug-tunnel die Hong Kong, via Macau, met het Chinese vasteland verbindt: de Hong Kong – Zhuhai – Macau Bridge (HZMB). Het project haalde het wereldnieuws omdat het de langste brug-tunnel constructie ter wereld is en dus een staaltje toparchitectuur. Wat echter niet onmiddellijk het wereldnieuws haalde, is de ellenlange lijst aan “neveneffecten”.

De totale kost wordt geraamd op meer dan 18 miljard USD (in plaats van de oorspronkelijke 7.6 miljard!), tijdens de constructie van de brug (hetgeen negen jaar duurde) gebeurden talloze ongevallen met arbeiders en liet de werfveiligheid vaak te wensen over. Bovendien is het project een enorme bedreiging voor de witte dolfijn, wiens aantal zienderogen daalt. En ook nog dit: slechts 10 000 privé-voertuigen mogen – met speciale vergunning – de brug gebruiken. De meeste van deze vergunningen zijn toegekend aan politieke officials van de Chinese Communistische Partij van Xi Jinping. De HZMB brug is met andere woorden meer dan alleen een brug, het is een statement. Dit wordt ongetwijfeld vervolgd.

 

HZMB

De Hong Kong – Zhuhai – Macau Bridge, gezien vanop Lantau, Hong Kong.

Deze tekst werd geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en zal verschijnen in de eindejaarseditie van hun magazine.

Advertisements

Big city life

Ik zit in een van de vele koffiebars in Sheung Wan, een district in het noordwesten van Hong Kong eiland. De vochtige hitte hangt zichtbaar in de nauwe straten, geprangd tussen de hoogbouw-gevels. Sheung Wan is gekend omdat het een van de eerste wijken was waar de Britten zich settelden toen ze midden jaren 1800 voet aan wal zetten. Ik hou van deze buurt, niet alleen omdat het een artistieke vibe heeft, maar ook omdat het een mengelmoes is van traditionele Kantonese cultuur en trendy city life. Sheung Wan is niet “gelekt” zoals Central of Wan Chai, andere gekendere wijken hartje Hong Kong, ik zou het eerder “ongecensureerd” noemen, als een grote marktplaats die zich genesteld heeft in de smalle straten rond Des Voeux Road Central. Winkels die allerlei gedroogde waren aanbieden, uitgestald tot op het voetpad, bars met happy hours die vroeg beginnen, locals die een klein stalletje met traditionele parafernalia uitbaten. Dat allemaal achter Des Voeux Road, tussen het op en af van trappenstegen, iedereen meedeinend op het ritme van de stadsmuziek, af en toe onderbroken door een trambel.

Iets meer dan zeven maanden woon ik nu in Hong Kong. Mijn verhuis van Tanzania naar dit deel van de wereld verliep vlot en aan een razend tempo. Hong Kong is het summum van efficiëntie, transparantie en organisatie, wat ik, na Tanzania, meer dan een beetje waardeer. Hoewel, ik denk geregeld terug aan mijn tijd aan de voet van Kilimanjaro, the perks of living in Africa, en ik doe dat vaak terwijl ik thuis op mijn terras kijk naar de bergen in de achtertuin en de kustlijn vooraan. Terwijl ik vogels hoor fluiten en van tak naar tak zie springen in het gebladerte rondom het huis. Ik woon namelijk niet in het centrum van Hong Kong, maar in het oosten van de New Territories, het grondgebied ten noorden van Hong Kong eiland. De New Territories zijn rijkelijk voorzien van groen, prachtige kustlijn, bergen en  – een luxe in een plek als deze – ruimte.  Onbekend en onbemind bij de westerse toerist.

Na Tanzania zag ik mezelf niet onmiddellijk in het hart van een wereldstad gaan wonen. De gedachte alleen al maakte me nerveus. De eerste maanden na mijn aankomst in Hong Kong ben ik dan ook zelden naar het centrum gegaan wanneer het niet “moest”. Ik was het helemaal verleerd, de drukte, het constante gezoem van de stad. Ik ken Hong Kong eiland vrij goed en wist dus wat te verwachten. Het was telkens opnieuw een verademing om thuis te komen in mijn village house in Sha Kok Mei, een klein dorp dat deel uitmaakt van Sai Kung, een kuststadje erg populair voor weekendtrips bij de “islanders”. Een beetje het Knokke van Hong Kong, als het ware.

Intussen, een goeie zeven maanden later, schrikt de stad minder af. Ik heb eindelijk de tijd om mij te laven aan de bron die ontspringt in het hartje van de metropool en moet toegeven dat het effect veel weldadiger is dan verwacht. Ik was vergeten hoe een stad je kan omarmen. Hoe een boek lezen, in het gezelschap van het stadsgegons, gespijsd van een perfect gemaakte cappuccino en sympathieke glimlachjes van de ober, tot simpel geluk, ja zelfs rust, kan leiden. En als het donker wordt, dan zet the city haar mooiste masker op. De sereniteit van de skyline van Tsim Sha Shui, een van de meest iconische beelden van de stad, is bijzonder. Terwijl ik aan de oever in Kennedy Town zit, voeten hangend over de reling, kijkend naar de vissers die een nachtelijke lijn uitwerpen, startend naar de zwarte glitter van Victoria Harbour en de kleurrijk verlichte wolkenkrabbers aan de overkant, verzink ik in complete rust. Een rust waarvan ik altijd had gedacht die alleen te kunnen vinden in de Afrikaanse savanne, tussen de besneeuwde toppen van de Himalaya of langs een van de woeste kusten in Nieuw-Zeeland.

 

Deze tekst is geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verschijnt in de septembereditie 2018 van hun magazine.