New Dimensions

Fire at the core
Pushing outward
Eating the arctic on the outside
Burning
Exploding
Reinventing hot and cold
Cold and hot
20171101_181739
Sunset //  Arusha, Tanzania
Advertisements

Testosteron is ook een vrouwenzaak

Een motard ben ik al 12 jaar. Op verschillende continenten, on road en off road, door weer en wind. De moto is doorheen de jaren mijn trouwste vriend gebleken en daar heb ik tot vervelens toe over geschreven. Ik ga het er dus verder niet meer over hebben.

Graag verveel ik u met mijn nieuwe liefde: mijn Nissan Patrol, 4WD, bouwjaar 1996, roepnaam  ‘Attila de Tank’. Hij is uitdrukkelijk vernoemd naar Attila de Hun, de meest gevreesde leider der Hunnen in de woelige jaren 400.

Attila was een broodnodige aankoop bij mijn verhuis naar Oost-Afrika. De eindeloze off road safari’s, de gemiddelde staat van de weg, het traject dat ik voor mijn job moet afleggen… Ik beschouwde Attila als een noodzakelijk kwaad. Maar na meer dan een jaar bonding kan ik met zekerheid zeggen dat we meer dan dikke vrienden zijn geworden.

Attila en ik zijn twee handen op één buik. Ik, klein van gestalte, mijn best doend om boven het dashboard uit te reiken en hij, robuust en groot, gorgelend als een dronken zeeman en brullend als een nijlpaard. Het is ware liefde. Attila is het testosteron dat mijn oestrogeensoep wel gekruid houdt.

Wanneer vrouwen bij auto’s of moto’s worden afgebeeld, dan staan (of beter: liggen) ze meestal schaars gekleed met te veel decolleté naast of op het voertuig in kwestie. Alsof dat het enige mogelijke vrouwelijke standje in de buurt van een gemotoriseerd voertuig is. Maar, spoiler alert, vrouwen kunnen ook achter het stuur zitten én rijden, gespeend van decolleté en bloot.

Wanneer Attila en ik op stap zijn, dan krijgen we wel eens bekijks: de dorpeling die een sympathiek klopje op de motorkap geeft, de Masai die de duimen opsteekt terwijl hij me complimenteert over de auto, de bewaker aan mijn huis die breed glimlachend eens achter het stuur kroop. Ik durf zonder gêne zeggen dat dit mijn vrouwelijk ego streelt.

Laten we die centerfolds in de boekskes toch eindelijk over een andere boeg gooien, want testosteron is ook een vrouwenzaak. De mannen van vandaag hebben toch ook hun man bun?

VIW

Deze tekst is geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verschijnt in de najaarseditie 2017 van hun magazine. 

De andere maat der dingen

Het is na één uur ’s nachts als ik land op de piepkleine luchthaven. De parketvloer kraakt onder mijn vermoeide voeten, de vrouw bij de visa-afgifte heeft er duidelijk ook een lange dag op zitten.

Enigszins zonder hoop strompel ik richting bagageband. Ik ga er niet van uit dat mijn fiets en mijn 60 kilogram bagage het heeft gehaald.

Karibu!’, hoor ik links van me. ‘Is this your bike?’

Jawel, mijn fiets en de rest van mijn bagage rollen gezapig over de enige band die de luchthaven telt.

Bij aankomst in Shanti Town, de wijk in Moshi die mijn nieuwe thuis zal worden, is de nacht donkerzwart. Een stroompanne. ‘Get used to it’, zegt mijn collega.’This happens all the time. We’ve already put some candles and matches in your house, just in case.’

Ik duikel mijn zaklamp op en met de hulp van de askari, nachtwaker, duwen we alle bagage binnen.

Ik zoek het dichtstbijzijnde bed en zweef de rest van de nacht tussen waken en slapen.

Ergens aankomen in het donker, op een plek waar je nog nooit bent geweest, is altijd surrealistisch. Wetende dat die donkerte, maar ook het licht dat erbij hoort, vanaf nu thuis zal zijn, maakt dat je permanent op observatiemodus staat. Zelfs de kwaliteit van het toiletpapier leidt tot overpeinzingen.

Mochten Thailand, mijn vorige thuis, en Tanzania het onderwerp zijn van een ‘zoek de gelijkenissen’-opdracht, dan zou er redelijk wat stof tot nadenken zijn.

Dit wordt duidelijk wanneer ik ’s morgens bij een stralende zon wakker word en bij het naar buiten dwalen – nog half in slaaptenue – op het voetbalveld rechts van mijn huis, platgeslagen word door de berg. Dé berg, de Kilimanjaro, besneeuwde top oplichtend in de ochtendzon.

Het wintergroen is hier groener dan ik dacht, het zonlicht witter en de mensen warm en warmer. En het ruikt hier naar – ik zoek een aanknopingspunt, maar vind er geen – wel, naar.. Afrika.

Karibu! Habare! 

De Tanzanianen besteden graag en veel tijd aan begroetingen.

In het centrum van Moshi, duidelijk de uitvalsbasis voor berg- en safarifanaten, zijn de straten van iedereen. De brommers, dala dala’s, vrachtwagens, voetgangers, fietsers, 4WD’s, het stof en de geur van veel en vanalles.

En toch straalt Moshi in alle beweging een gezapige rust uit.

Het zijn vierentwintig fascinerende uren in mijn nieuwe woonplaats in hartje Oost-Afrika.

Wat ik weet en wat bekend is, is nu niet meer relevant. Hier heerst een andere maat der dingen.

Ik ga mijn huis binnen en zoek het gaskraantje van het fornuis om een kop koffie te zetten. Wat we weten is relatief, wat we willen weten, dat maakt het verschil. Dat denk ik terwijl ik een aap door de tuin zie huppelen.

Habare Tanzania, ik ben er klaar voor. Ik wacht niet langer, maar begeef me in je straten, savannes, op je bergen en langs je kust.

Deze column werd geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en zal verschijnen in de najaarseditie van hun tijdschrift en op hun website.

 

IMG_6584