De tragiek van het woord

Schrijven doe ik met de regelmaat van de klok, een ijdele poging om de dingen beter te begrijpen. En als het over taal en het woord gaat, zoek ik graag mijn heil bij de ideeën van de heren Freud en Derrida.

Een Freudiaans perspectief op het woord betekent dat taal een vruchteloze poging is om iets te ver-woorden. Het kan worden vergeleken met een rijzende feniks die, als hij te dicht bij de zon komt, opgaat in rook. Met andere woorden, we bedienen ons van het woord om het onzegbare te proberen zeggen.

Jacques Derrida, de Franse filosoof en vader van het deconstructionisme, zegt dan weer dat de eindeloze veelheid van interpretaties begrip van een tekst onmogelijk maakt. Tijdens het lezen verdampt de oorspronkelijke betekenis en vertroebelt een veelheid van interpretaties de kernidee van de tekst. Why bother?

Desondanks schrijf ik. Het is als water halen in de woestijn, pinguïns op de Noordpool zoeken of dressing voor mayonaise te laten doorgaan. Schrijven is van een onvoorstelbare tragiek.

Tegenwoordig erger ik me aan de niet-aflatende woordenbrij van meningen, ideeën, modes en her-tweeten van andermans uit de lucht gegrepen uitingen. Als een stinkende beerput zijn de media vandaag oververzadigd met nonsens die doordrongen is van frustratie, maar vooral: onwetendheid.

Er was een tijd dat ik elke gelegenheid te baat nam om een discussie aan te gaan, mijn Standpunt (hoofdletter!) te verdedigen en te discussiëren, louter en alleen voor de lol van het discussiëren. Die tijden zijn veranderd. I pick my fights en meer en meer laat ik discussies aan mij voorbijgaan. Noem het onverschilligheid, ik noem het eerder geen voeding geven aan de raaskalderij. In stilte denk ik er het mijne van.

En toch schrijf ik, bedien ik mij van het geschreven woord. Ik ben een verhalenverteller, een fantast, een woordentroubadour.

Een – bij momenten wrang – genoegen schep ik in het woord, als een ware Pierrot, de naïeve trieste clown die zijn oorsprong vond in de zeventiende eeuwse Italiaanse Commedia dell’Arte. Pierrot had grote gevoelens voor Columbine, maar zij liet hem staan voor Harlekijn, de luchthartige tegenhanger van de melancholische Pierrot. Harlekijn is de romantische held die met veel bravoure acrobatische kunsten uitoefent en ook een zogenaamd pact met de duivel heeft, waarbij hij de mannelijke concurrentie voor Columbine op duistere wijze stokken in de wielen probeert te steken.

Laat ons met een klassieke literaire stijlfiguur de driehoeksverhouding tussen Pierrot, Columbine en Harlekijn als metafoor zien voor de verhouding tussen zij die de waarheid willen zien (Pierrot), het onverzadigbare verlangen (Columbine) en de verblinding die mens, cultuur en maatschappij hoog in het vaandel draagt (Harlekijn).

Als kind had ik een houten Harlekijn, rood pakje met groene beentjes, met een touwtje zodat je zijn armpjes en beentjes op en neer kon doen gaan. Hoe sprekend, dat mechanisme om het Harlekijntje willens nillens te laten dansen. Ignorance is bliss.

Maar op de kast prijkte ook een Pierrot. Het was een klein ineengezakt figuurtje met een groen pak aan en die ene traan klaar om naar beneden te rollen. Lang heb ik me afgevraagd waarom die traan er was, waarom een clown niet simpelweg een clown kon zijn, zoals Harlekijn.

Bovendien heeft Pierrot geen masker, noch een rode neus of een pruik. Hij houdt het op een witgekalkt gezicht met daarop, pijnlijk aanwezig, de zwarte traan. Voor Pierrot had ik als kind geen woorden, Harlekijn daarentegen, die stemde mij minder tot nadenken. Het spreekt voor zich dat men kinderen liever Harlekijnen dan Pierrots voorschotelt.

David Bowie daarentegen, gebruikte Pierrot met overtuiging als statement:

‘I’m Pierrot.

I’m Everyman.

What I’m doing is theatre, and only theatre.

What you see on stage isn’t sinister. It’s pure clown.

I’m using myself as a canvas and trying to paint the truth of our time.’

Het is een bizar genoegen de realiteit heel even flagrant te kunnen ontkennen met het woord. Maar het is een meesterlijke vaardigheid om desondanks niet blind te zijn voor de waarheid.

Ik blijf u graag dienen van het woord, ondanks alles.

pierrot