Roots

Turend door het kleine raampje, komt het lappendeken van akkers, lintbebouwing, snelwegen en kerkstraten dichterbij. Net voor de landing zorgt een bol van het Atomium voor een moment van verblinding door de reflecterende zon. This must be Belgium.

Het duurt nog even voor er finaal voet wordt gezet op officiele Belgische bodem gezien de chaos aan de paspoortcontrole compleet is. Aldaar wordt de melting pot die Belgie is, alvast extra in de verf gezet: van Congolese ‘madames’ tot een Waal – waarlijk van een werelds en vreemd ras, want hij spreekt een andere taal, woont in het zuiden en spreekt van ‘Gilles de Binche’ in plaats van ‘Olsjt Carnaval’. Men zou van minder achterdochtig worden – tot een uit de West-Vlaamse klei getrokken familie met 2 kinderen: jongen en meisje, een koningswens.

Rijdend door het Vlaamse landschap lijkt er weinig te zijn veranderd na een jaar van afwezigheid. Hoewel. Er is een overduidelijk aanwezige en niet te negeren wijziging in het straatbeeld: een wapperende driekleur aan menig gevel, van café ‘Onder den Toren’ tot de dorpspastorie. Wat scheelt hier, godbetert? Van waar die plotse eendracht en opflakkering van patriottisme? Voetbal lijkt het antwoord te zijn. Het Belgische elftal heeft de wereldbeker gehaald en dit leidt tot overmatige bierconsumptie, piekende verkoop van parafernalia in zwart-geel-rood (Of is het rood-geel-zwart? Schijnbaar staat de kleurenvolgorde niet gepreciseerd in de Belgische Grondwet). De Belgische revolutionairen die in 1830 ‘L’union fait la force’ scandeerden, zouden met afgunst staan kijken naar deze toewijding, vechtlust en vaderlandsliefde. Patriottisme van het betere soort.

Het voetbal slaagt in iets waar menig politieke partij in faalt: een volk eendrachtig maken, een cultuur laten opleven en roots herankeren.Er is echter een keerzijde: In deze wereld die een dorp is geworden, waar burgers uit alle lagen van de bevolking reizen van noord naar zuid en oost naar west, zijn ‘roots’ een gevaarlijk en moeilijk concept.

Men reist naar andere continenten, gewapend met reisgids en camera, stevig voorbereid, om een andere cultuur, een ander klimaat te gaan ‘opsnuiven’. Jawel, ‘opsnuiven’: Laat men vooral niet inhaleren, doorslikken of oraal gebruiken. Opsnuiven is voldoende, want dat wat vreemd is, boezemt angst in. Men kijkt liever vanop afstand, neemt nota en gaat dan ‘back to the roots’. Het veilige nest, de schaduw van de kerktoren.

Dit is geen pleidooi om in die schaduw te blijven, noch om de Belgische driekleur overmatig te gaan consumeren in een massahysterie als voetbal kan zijn. Maar wel: ga, reis, ontdek, verplaats u! Sfeer opsnuiven kan op de dijk van Knokke, op zondag. Een pleidooi om te slikken en inhaleren!

De bijwerkingen hiervan zijn niet min: een gevoel van vervreemding, van ontheemdheid, van twijfel. Maar bovenal: van begrip, van angstloosheid, van inzicht en van welbehagen dit inzicht te mogen ervaren. Alleen zo kan cultuur en bij uitbreiding ‘roots’ gevoed en bevrucht worden.

‘If art is to nourish the roots of our culture, society must set the artist free to follow his vision wherever it takes him.’ (John F. Kennedy)

 

Kampenhout, Belgium

Kampenhout, Belgium

 

Pai, Thailand

Pai, Thailand