“Niets liever, liever niets” – De Reis

Op 1 mei 2018 werd het ei gelegd. Mijn fictiedebuut, het resultaat een aantal jaar denken, schrijven, leven en reizen in verschillende continenten. Hoewel Engels mijn modus operandi is geworden, blijf ik mijn moedertaal in het hart dragen. Nederlands lijkt een bijzonder token te zijn geworden, een unieke eigenschap die ik deel met 24 miljoen andere mensen wereldwijd.  Het sprak dus voor zich dat dit fictiedebuut in het Nederlands werd geschreven. Daarnaast was dit boek een mooie gelegenheid om Japanse kalligrafie op de kaart te zetten. De omslagillustratie en het binnenwerk zijn dan ook eigen kalligrafisch ontwerp.

Met dit boek heb ik een filosofisch verhaal neergeschreven, het verhaal van een zoektocht die begint in België en die de lezer meeneemt langs verschillende plekken en kennis laat maken met een reeks bijzondere mensen, niet in het minst het hoofdpersonage.

“Ze kwam uit Ethiopië. Ze was opgegroeid ergens tussen Addis Abeba en Adama. Ze wist het niet precies. Ethiopië was de bakermat van de mensheid, zei men. Pas vele jaren later begreep ze hoe moeilijk het was om een bakermat te zijn.

Twintig jaar geleden had een ander verhaal haar naar een nieuw land gebracht, met een nieuw paspoort, een nieuwe moeder en vader. Met een verweerd koffertje in de rechterhand en veel bagage in haar hoofd.”

Het boek kan online worden besteld via Uitgeverij BoekscoutStandaard Boekhandel of op bestelling bij de betere boekhandel.

cover.jpg

Deze tekst is geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verschijnt in de zomer-editie 2018 van hun magazine.

Advertisements

Fictie-debuut vanaf nu te koop

Het is gebeurd! Mijn werk is klaar, dat van jullie kan beginnen, beste lezers.
Mijn fictie-debuut kan besteld worden via deze link of op aanvraag bij uw boekhandel.

cover flyer

Overvloed

Ongeveer zeven weken geleden stond ik verstijfd in de supermarkt, mijn handen geklemd rond het handvat van de winkelkar, mijn ogen half dichtgeknepen wegens het felle licht en het gigantische aanbod aan yoghurt in het koelvak. Ik wilde eenvoudigweg witte yoghurt. Plain white yoghurt. Dit bleek een hele klus, want een kleine telling bracht me bij maar liefst 13 (!) verschillende variëteiten.

Minder dan 24 uur voordien was ik vanuit Tanzania, met een omweg via Kenia, in Hong Kong uit het vliegtuig gestapt, met zo goed als mijn hele hebben en houden. Ik had nog restanten van crackers die ik had gekocht in Mombasa, maar daarop kon ik geen volle dag meer teren. Dus, recht de supermarkt in.

Terwijl ik daar, als aan de grond genageld, worstelde met het yoghurt-dilemma, kwam ik tot het volle besef dat ik de Afrikaanse savanne had ingeruild voor de stad, de overvloed, de efficiëntie van openbaar vervoer, een leven zonder stroompannes, volle rekken in de supermarkt, gadgets, een werkende administratie en andere first world handigheden. Ik werd er zowaar even vroegtijdig melancholisch van.

Mijn tijd in Tanzania was memorabel en, om met een cliché te spreken, een ervaring die mijn kijk op dingen, mensen en maatschappij heeft scherper gesteld. Maar een jobaanbod heeft me nu naar Hong Kong gebracht.

Voor het eerst in jaren heb ik meubels gekocht, een koelkast, een wasmachine. Intussen ben ik ook in het bezit van een Hong Kong Identity Card. Het ziet er dus naar uit dat ik hier me hier ga settelen. Zeg nooit nooit, zegt de nomade in mij, maar ik ben er klaar voor. Klaar om een beetje wortel te schieten, om, zoals het een zichzelf respecterende klusjesman betaamt, te timmeren aan een academische carrière.

Echter, een stuk Oost-Afrika blijft altijd dichtbij: ik koos voor een huis in het midden van het groen, geprangd tussen bergen en zee, ver weg van het stadsgedruis met vogelgekwetter als achtergrondmuziek, met vele schakeringen van groen op de beboste heuvels. Ik heb nog steeds de gewoonte om de batterij van mijn laptop en telefoon voldoende op te laden, in geval van een stroompanne en in de supermarkt voel ik mij lichtjes ongemakkelijk bij de overvloed. Ik koop al zeven weken dezelfde yoghurt, dezelfde kaas (kaas!) en word blij als een kind van het grote aanbod ontbijtgranen. Ergens hoop ik dat mijn houding mettertijd niet wijzigt.

Het spiksplinternieuwe boekenrek in mijn nieuwe woonkamer huist denkbeeldige geuren, herinneringen en reflecties van al mijn woonplekken, de leggers raken meer en meer gevuld met straatwijsheid. Ik kocht ook een cactus om datzelfde rek mee te decoreren. Planten die water nodig hebben zijn namelijk een uitdaging, die langdurige zorg, dat nodig zijn, die afhankelijkheid, ik vind dat niet makkelijk.

Maar een cactus, die zijn plan kan trekken en overleeft zonder onder de vleugels te moeten worden genomen, maar toch wortelt, daar kan ik me dan weer wel in vinden.

pic artikel
Sai Kung, Hong Kong

Deze tekst is geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verschijnt in de lente-editie 2018 van hun magazine.

About people

I am moving. Again. I lost count a while ago, because I have done quite a few intercontinental and intercultural moves. This time it goes from East-Africa to Hong Kong.

Thanks to all of these moves, my life basically fits into six boxes. And add a bicycle.

Another advantage is that one feels less and less attached to places or stuff, although, occasionally, it runs off the rails because of an incidental attachment to a cat or the odd person. Yet, nothing that can’t be dealt with.

In hindsight, my move to East-Africa was probably one of the biggest challenges so far, however, everything is only as difficult as you wish to make it. It is said that there is something about Africa that changes you. That is true. Whatever ‘it’ is, that is hard to tell: the people, the wildlife, the colors and smells, the rhythm, nature? The whole is greater than the sum of its parts.

Living in East-Africa has given me a different view on society and on what ‘we’- whoever ‘we’ are, consider as good norms and values. Everything depends on context and culture.

Moreover, thanks to these moves and numerous travels, I have met an eclectic group of people:

Vietnamese boatmen and their stories about the issues in the Mekong delta,

HitchhikingTanzanian children who have to walk kilometers on the way to school and listening to their singing from the back seat of the car,

A hunt with bow and arrow in the company of Hazabe hunters and getting explained how to hunt a baboon,

A farmer in Zimbabwe with a beautiful life story that started in England in the fifties,

 The testimonial of an inhabitant of one of the biggest townships in South-Africa and how apartheid is still alive and kicking,

The confession of a Chinese real estate tycoon who is tired of the excessive materialism,

Divers, kitesurfers, rice farmers, biologists, metal workers, triathletes, Swiss, Egyptian, Kenyan, Indian, Burmese, Nepalese.

Just to name a few.

I am not a ‘people person’ or at least a lot less than I used to be. Being an educator means that I am constantly surrounded by people. In my free time I choose to retreat in silence, away from human presence.

At the same time, these encounters are enriching and they shed a different light on your own reality. And once in a while, amongst the crowds, you meet gems, gems that make you shed a tear at the umpteenth goodbye.

Sixteenth century philosopher Michel de Montaigne said that he wished for death to surprise him while he would be planting cabbages in his garden, that he didn’t want to be bothered by death and even less by the garden that would never be finished. Humans are imperfect and will never ‘finish’ any task, it is all ongoing.

Just like de Montaigne, it would give me great pleasure to be surprised by death in the middle of a conversation with a hunter, overlooking the jungle or hiking in the mountains, enjoying urban culture, listening to an imam, rabbi, beautiful music, the sound of an African night. But preferably not yet. I have some more gems to discover.

2017-06-16 08.16.07

This article was commissioned by Vlamingen in de Wereld and will also be published in Dutch in the anniversary edition their magazine in December 2017.

Des mensen

Ik verhuis. Alweer. Ik raakte een tijd geleden de tel kwijt, want ik heb intussen een reeks intercontinentale en interculturele verhuizingen achter de rug. Ditmaal gaat het van Oost-Afrika naar Hong Kong.

Daardoor past mijn leven in ongeveer zes grote dozen, voeg daar nog een fiets aan toe.

Een bijkomend voordeel is dat je je steeds minder hecht aan plekken of spullen, hoewel dat heel soms ontspoort  wegens hechting aan een enkele kat of een enkel mens. Maar ook daar valt mee om te gaan.

Achteraf bekeken was mijn verhuis naar Oost-Afrika waarschijnlijk een van de grootste uitdagingen tot op heden, hoewel alles ook maar zo moeilijk is als je het zelf wil maken. Men zegt wel eens dat Afrika iets doet met een mens. Dat klopt. Wat dat ‘iets’ dan precies is, daar valt moeilijk de vinger op te leggen: de mensen, de dieren, de geuren en kleuren, het ritme, de natuur? Het geheel is groter dan de som van de delen.

Wonen in Oost-Afrika heeft me een andere kijk op de samenleving gegeven en op wat wij – wie die ‘wij’ dan ook moge zijn, als juiste normen en waarden beschouwen. Dat alles is zeer context- en cultuurgebonden.

Dankzij die verhuizingen en veelvuldig reizen heb ik een eclectische groep van mensen ontmoet:

Vietnamese bootsmannen en hun verhalen over de problemen in de Mekong-delta,

Tanzaniaanse kinderen die kilometers moeten wandelen op weg naar school een lift geven en die onderweg zingen op de achterbank van je auto,

Een jacht met pijl en boog in gezelschap van Hazabe jagers en uitgelegd krijgen hoe je best een baviaan neerhaalt,

Een boer in Zimbabwe met een mooi levensverhaal dat begon in Engeland,

De getuigenis van een bewoner van een van de grootste townships in Zuid-Afrika en hoe apartheid springlevend is,

De biecht van een Chinese vastgoed-tycoon die het materialisme beu is,

Duikers, kitesurfers, rijstboeren, biologen, metaalbewerkers, triatleten, Zwitsers, Egyptenaren, Kenianen, Indiërs, Birmezen, Nepalezen.

Om er een aantal te noemen.

Ik ben geen ‘mensenvriend’ of toch veel minder dan vroeger. Werken in het onderwijs betekent dat ik dag in dag uit door mensen ben omringd. In mijn vrije tijd trek ik mij dan ook graag terug in stilte, weg van menselijke aanwezigheid.

Tegelijkertijd zijn deze ontmoetingen verrijkend en plaatsen ze je eigen realiteit in een ander daglicht. En af en toe zitten er parels tussen, tussen al die mensen, parels waarvoor je bij het zoveelste afscheid al eens een traan wegpinkt.

De zestiende-eeuwse Franse filosoof Michel de Montaigne zei dat hij graag wilde dat de dood hem zou verrassen terwijl hij in zijn tuin kool plantte, dat hij zich niet druk om hem zou maken en nog minder om de tuin die niet afgewerkt zou zijn. De mens is nu eenmaal onvolmaakt en zal er nooit in slagen zijn werk ‘af’ te hebben.

In navolging van de Montaigne zou ik er genoegen in scheppen door de dood te worden bezocht tijdens een gesprek met een jager, uitkijkend over jungle of stappend door de savanne, genietend van stedelijke cultuur, luisterend naar een imam, rabbijn, mooie muziek of de stilte van een Afrikaanse nacht. Maar liefst niet meteen. Er zijn eerst nog wat parels te ontdekken.

2017-06-16 08.16.07

 

Deze tekst is geschreven in opdracht van Vlamingen in de Wereld en verschijnt in de honderdste jubileumeditie van hun magazine.